In het Zuidlaardermeer gebied staan een drie-tal windmotoren gemaakt naar Amerikaans model. Deze windmotoren werden in het begin van de 20ste eeuw geïntroduceerd in ons land. Veelal werden deze ingezet voor het ontwateren van gronden.  Eigenlijk waren deze windmotoren de opvolgers van de wind- en watermolens. Het Groninger Landschap is eigenaar van de molen Kikkoman, de Koetse Tibbe en de Putter. Molen Kikkoman heeft nog haar oorspronkelijke uitvoering en wordt ingezet voor het bemalen van water. 

De overige twee molens zijn tevens voorzien van de nodige elektronica die onder andere een vispassage kunnen aansturen.

De windmotoren bestaan uit verschillende onderdelen zoals een windroos bestaande uit metalen bladen, een betonnen of gemetselde  onderbouw en een platform. Aan deze constructie is een vijzel gekoppeld voor het verplaatsen van water. Aan de achterzijde van de windroos bevinden zich twee vanen.  Een hoofd – en een zijvaan. Beiden zorgen ervoor dat de molen zichzelf op de wind zet en dus onbemand kan worden ingezet. Bekende bouwers zijn R.S. Stokvis & Zonen te Rotterdam en de firma Bakker & Hamminga uit Uithuizen. Hun naam is altijd zichtbaar op de hoofdvaan.

De Amerikaanse windmotor